Feiten over Gambia...
Gambia (officieel de Republiek van Gambia), algemeen bekend als Gambia, is een land in West-Afrika. Gambia is het kleinste land op het vasteland van Afrika, grenst in het noorden, oosten en zuiden aan Senegal en heeft een kleine kust aan de Atlantische Oceaan.
De grenzen corresponderen ruwweg met het pad van de Gambia-rivier, naamgenoot van de natie, die door het centrum van het land stroomt en uitmondt in de Atlantische Oceaan. De omvang van dit mooie land is ongeveer 11.000 km2, met een geschatte bevolking van 1.700.000.
Gambianen staan bekend om hun uit- stekende muziek, evenals hun dansen.
Op 18 februari 1965 werd Gambia onafhankelijkheid van het Verenigd Koninkrijk verleend en sloot aan bij het Britse Gemenebest. Banjul is de hoofdstad van Gambia, maar de grootste agglomeratie is Serrekunda. Gambia deelt historische wortels met vele andere West-Afrikaanse landen m.b.t. de slavenhandel, die de sleutel was voor de oprichting van een kolonie op de Gambia rivier, eerst door de Portugezen en later door de Britten. Sinds de onafhankelijkheid in 1965 geniet Gambia van een relatieve stabiliteit, met uitzondering van een korte periode van militair bewind in 1994.
Als agrarisch rijk land, wordt de economie gedomineerd door landbouw, visserij en toerisme. Ongeveer een derde van de bevolking leeft onder de internationale armoedegrens van US $ 1,25 per dag. (Bronnen: Wikipedia en Lonely Planet)
Muziek, dans, worstelen
Gambianen staan bekend om hun uitstekende muziek, evenals hun dansen. Hoewel Gambia het kleinste land op het vasteland van Afrika is, betreft haar cultuur het product van zeer diverse invloeden. De rivier Gambia heeft een belangrijke rol gespeeld in het lot van de natie. Zonder natuurlijke barrières, is Gambia de thuisbasis van de meeste etnische groepen die aanwezig zijn in heel West-Afrika, met name die in Senegal. Europeanen komen zoals gezegd ook prominent voor in de geschiedenis van de natie, omdat de rivier de Gambia bevaarbaar is tot diep in het continent, en dus een rendabele locatie voor de slavenhandel van de 15e tot de 17e eeuw. De meeste Gambianen wonen met familie (soms met 30 mensen) in zgn. compounds: lemen, of bij iets rijkeren, cementen hutjes met een dak van riet of golfplaten. De meerderheid is moslim (90%, 10% is christen), doch het geloof wordt niet streng beleefd zoals in andere moslimlanden.
Traditionele worstelwedstrijden vinden regelmatig plaats; de deinende markten van Banjul en Serekunda en de Atlantische kust laten u de sfeer opnemen, de djembee wordt veel bespeeld en de opvallende prestaties van kora-getokkel (door zgn. griots) kan worden ervaren tijdens bruiloften, doopfeesten of openbare concerten. Er wordt in Gambia veel rijst, kip en vis gegeten (met pindasaus of pindasoep) en o.a. zoete thee gedronken.
Gambia's natuurgebieden in het algemeen
Er is meer te vinden in het kleinste land van Afrika dan zon en surfen. Verbluffende natuurgebieden, zoals het Kiang West National Park en River Gambia National Park (ook bekend als Baboon Island) bijvoorbeeld.
Vogelliefhebbers worden gemakkelijk verleid door dit compacte land. Op een tocht stroomopwaarts zullen de kreten van meer dan 300 soorten je volgen als de pirogue (traditionele kano) een ontspannen koers vaart langs mangrove-oevers en het eiland van Georgetown. Zelfs als uw ornithologische kennis niet verder rijkt dan het identificeren van een binnenstedelijke duif, komt u in de verleiding om de verrekijker hier te hanteren. U kunt rekenen op een uitstekend netwerk van opgeleide gidsen om u te helpen een pelikaan van een flamingo te onderscheiden.
De noordoever van de rivier Gambia wordt richting de Senegalese grens al snel droger en enigszins woestijnachtig, de zuidoever is meer tropisch met palmbomen, katoenstruiken, fruitbomen en vegetatie van bamboe. De kust bestaat uit fraaie zandstranden met daarachter o.a. met palmbomen begroeide lage heuvels en tropische bossen. Pinda's worden op grote schaal verbouwd. De grond bevat ijzeroxide (waardoor het zand oranje-rood kleurt) en maakt het zeer geschikt om pinda's te verbouwen.
De Rivier Gambia, een grote attractie
Deze grote West-Afrikaanse rivier ontspringt in de hooglanden van Futa Jallon, 1.500 km verderop in de Republiek Guinea en is een grote attractie. Ze kruist Oost-Senegal alvorens het Gambiaanse grondgebied in te dringen tot op ongeveer 480 km in het binnenland. In Gambia is de rivier de overheersende functie en biedt zowel een nuttig middel van vervoer, irrigatie evenals een rijke bron voor vissen, varen en zeilen. De rivier Gambia is verscheidene kilometers breed bij de monding in de buurt van Cape St. Mary en heeft een vaargeul met een diepte van 8,1 m. Ze vernauwt tot 4,8 km bij Banjul, waar de ferry naar Barra opereert. De rivier is bevaarbaar voor zeeschepen (3.000 bruto) en stoomschepen tot 225 km verder stroomopwaarts.
Voor de eerste 129 km landinwaarts vanaf Banjul is de rivier Gambia omzoomd met een mangrove-bedekte oevers, die grenzen aan rode kliffen met ijzersteen en een wirwar van groene vegetatie. Verderop de rivier maken de ijzerstenen kliffen plaats voor oevers van wuivend gras en natuurparken. De hele rivier en de talrijke kreken (lokaal bekend als 'Bolons') zijn fascinerend voor de vogelliefhebber en de natuurstudent: nijlpaarden, krokodillen en bavianen worden vaak gezien.
Geografie van Gambia
Gambia is een heel klein en smal land waarvan de grenzen aan de meanderende rivier Gambia spiegelen. Het land is minder dan 48 km breed op het breedste punt, met een totale oppervlakte van 11.300 km2. Ongeveer 1.300 km2 van de oppervlakte van de Gambia is bedekt met water.
Het is bijna een enclave van Senegal, met alle zones van de 740 km grens die Senegal raken. Gambia is het kleinste land op het continent van Afrika. In vergelijkende termen heeft Gambia een oppervlakte die iets kleiner is dan die van het eiland Jamaica. De westelijke kant van het land grenst aan de Noord-Atlantische Oceaan met 80 km aan kustlijn.
Vijf divisies
Gambia is opgedeeld in vijf divisies en een stad. De divisies zijn verder onderverdeeld in 37 districten. Van deze kan Kombo Saint Mary (welke Brikama als hoofdstad deelt met de West-divisie) administratief gezien samengaan met de grotere streek van Banjul.
De stad en divisies zijn:
- Lower River (Mansa Konko)
- Central River (Janjanbureh)
- North Bank (Kerewan)
- Upper River (Basse)
- Western (Brikama)
- Banjul (East Banjul, Banjul, Central Banjul, Bakau, West Banjul Serrekunda)
- De hoofdstad, Banjul, is geclassificeerd als een stad
Subtropisch met een droog- en regenseizoen
Gambia's klimaat wordt algemeen erkend als misschien wel het meest aangename in West-Afrika. Het weer is subtropisch met verschillende droge- (7 maanden) en regenseizoenen. Er is een droge wind genaamd Harmattan die tijdens het droge seizoen blaast. De Harmattan Sahara winden geven Gambia een uniek aangename winter, volledig regenloos en gezegend met dagelijkse zonneschijn. Van november tot mei varieert de temperatuur tussen 21 C en 27 C en de relatieve vochtigheid blijft tussen 30% en 60%. Zomerse temperaturen variëren tussen 27 C en 32 C en de relatieve luchtvochtigheid is hoog.
De regens beginnen in juni, duren tot oktober en nemen af met het warmer wordende weer. In het binnenland is het koele seizoen korter en kunnen op de dag hoge temperaturen worden aangetroffen tussen maart en juni. In het algemeen is er een aanzienlijke afkoeling in de avond. Neerslag overstijgt in de meeste delen van het land de 1016 mm niet en zonnige perioden komen op de meeste dagen ook in het regenseizoen voor.